In hetzelfde schuitje: een neoliberaal onderonsje over de EU

oorspr. gepost op NELPUNTNL.nl d.d. 17 – 18 juni 2014

“The proletarians can outvote the capitalists overwhelmingly whenever they choose to do so. If on the issue of Socialism versus Capitalism all the proletarians were for Socialism and all the capitalists for Capitalism, Capitalism would have had to capitulate to overwhelming numbers long ago. But the proletarians who live upon the incomes of the capitalists as their servants, their tradesmen, their employees in the luxury trades, their lawyers and doctors and so on, not to mention the troops raised, equipped, and paid by them to defend their property (in America there are private armies of this kind) are more violently Conservative than the capitalists themselves …”
Bernard Shaw (1965:382): The Intelligent Woman’s Guide to Socialism

“[T]here is often a chasm between the triumphant declarations of political leaders and the reality of what they accomplish. This is extremely worrisome for the future equilibrium of our democratic societies. It is particularly striking to discover that the countries that are most dependent on substantial tax revenues to pay for their social programs, namely the European countries, are also the ones that have accomplished the least, even though the technical challenges are quiet simple. The countries of Europe were able to unite around a single currency, but they have accomplished almost nothing in the area of taxation. The leaders of the largest countries in the European Union, who naturally bear primary responsibility for this failure and for the gaping chasm between their words and their actions, nevertheless continue to blame other countries and the institutions of the European union itself. There is no reason to think that things will change anytime soon.”
Thomas Piketty (2014:522-23): Capital in the Twenty-First Century

  Three men in a Boat_tekst_2

Hierboven heb ik de foto geplaatst die bij de column van Thomas von der Dunk (‘De noordelijke EU-top is een gevaarlijke vergissing’)staat, in de Volkskrant van 15 juni 2014. De tekst bij de foto is van mij. De foto toont drie mannen en een vrouw in een roeiboot. Het zijn vier premiers van vier noordelijke EU-landen die een onderonsje hadden over de vorming van een nieuwe Europese Commissie en benoeming van een nieuwe voorzitter van die Europese Commissie. Die positie zal vermoedelijk aan de Luxemburger Juncker toevallen, vooral omdat Angela Merkel dat zo wil, hoewel het David Cameron wellicht ook zou passen.

De sociaaldemocraten vallen buiten de boot
Het interessante aan deze mini-subtop vind ik dat er geen sociaaldemocraat in de boot zit; alle vier regeringsleiders vertegenwoordigen partijen die een neoliberale politiek voorstaan en implementeren. Waarschijnlijk dat François Hollande daarom niet was uitgenodigd – of althans: niet op de foto staat. Wat de werkelijke beweegredenen van politici zijn, weet ik al lang niet meer. Het zou evengoed kunnen dat Hollande zelf geen trek had om lijfelijk aanwezig te zijn. Voor zijn socialistische achterban in Frankrijk zou dat minder goed ogen, een socialistische voorman die handjeklap doet met neoliberalen. In Nederland gebeurt dat openlijk, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Geen wonder dat er steeds minder mensen de moeite nemen om voor iets-met-Europa naar de stembus te gaan.

Dit mini-beraad maakt tevens duidelijk dat landen als Spanje, Italië en Griekenland er weinig meer toe doen. Die hebben op z’n best de status van gekoloniseerde markten/afzetgebieden van de noordelijken. Goed voor de Oekraïne, om te weten wat zijn voorland zou zijn. Misschien dat Cameron meteen alvast vóóronderhandelt over een ophanden zijnde Brits uittreden en de benoeming van Juncker mooi in het Britse scenario past. Dat deze vier politici deel uitmaken van de politieke kongsi die in werkelijkheid de lakens uitdeelt in de EU geloof ik trouwens evenmin. Wat mij betreft zit ECB-baas Mario Draghi aan het roer (met name voor Goldman Sachs & Associates), maar dat krijgen we natuurlijk al helemaal niet te zien of te horen. Of dit allemaal zo is, weet ik natuurlijk niet. Daarvoor zou er op z’n minst een nieuwe WikiLeaks moeten plaatsvinden, zouden we inzage in recente NSA-data moeten krijgen. Intussen acht ik van alles mogelijk en niets te onwaarschijnlijk.   haddock begrijpt er niets van

Thomas von der Dunk in de Volkskrant: “De overbrugging van die noord-zuid-kloof lijkt sinds de jongste Europese verkiezingen verder weg dan ooit. Noord en zuid stemden tamelijk diametraal: het noorden, dat niet meer voor het zuiden wil betalen, eerder rechts, voor strengere begrotingsdiscipline; het zuiden, dat niet nog verder wil bezuinigen, eerder links, juist voor investeringen in de economie. Afgelopen week was er, met het oog op de nieuwe commissievoorzitter, een afzonderlijke ‘noordelijke’ top van Duitsland, Engeland, Nederland en Zweden, waarna Merkel zich op Juncker heeft vastgelegd. Het Europarlement stond daar reeds op, in de hoop zo de eigen macht te vergroten.

Miserabel lage opkomst
Op grond van het parlementaire meerderheidsargument lijkt daar op zich ook best wat voor te zeggen. Alleen is, gezien de miserabel lage opkomst, de democratische legitimiteit van het EP zélf zeer gering en is Juncker – die zelfs in zijn eigen dreumeslandje Luxemburg niet verkiesbaar was – gezien zijn opvattingen en verleden, als man uit de oude opperbureaucratische doos, wel de laatste die een antwoord heeft op de enorme euroscepsis die thans het politieke bestel thuis in Londen en Parijs ontwricht. Juncker zal de kans op een Brits uittreden vergroten, omdat hij koren op de molen van de UKIP vormt. Zo’n Brits uittreden zou de EU nog best overleven. Maar dat een en ander buiten Parijs om bedisseld wordt, is een gevaarlijke blunder. Frankrijk vormt, hoe zwak het land er nu ook voorstaat, een politiek onmisbare schakel voor de verbinding van noord en zuid. Zonder Frankrijk is een EU ondenkbaar en functioneert in Brussel niets.” [einde citaat]

De kloof tussen neoliberaal en de rest, normaal dus
is de werkelijke scheidslijn, de beslissende waterscheiding die het karakter van het project Europa volgens mij bepaalt en misvormt. Neoliberaal, is namelijk niet normaal. De miserabel lage opkomst bij de laatste verkiezingen voor het Europees Parlement  multatuli_idee 972onderstreept dat opnieuw nadrukkelijk. De tegennatuurlijke collaboratie van PvdA met de neoliberale VVD ondermijnt het publieke vertrouwen in de politiek eens te meer. Dat is logisch: je stemde misschien op de PvdA in de verwachting dat die tegenwicht zou bieden aan het neoliberale programma van de VVD (in combi met de PVV) en je wordt gefopt met een coalitie waarin de PvdA vaak de VVD de loef afsteekt als het gaat om neoliberaal beleid.

Thomas Piketty, encore

“There is no single variety of capitalism or organization of production in the developed world today: we live in a mixed economy. This will continue to be true in the future, no doubt more than ever: new forms of organization and ownership remain to be invented. In Germany, France, Italy, Britain, and Sweden, debates about the social state in the decades to come will revolve mainly around issues of organization, modernization, and consolidation: if total taxes and total spending remain more or less unchanged in proportion to national income (or perhaps rise slightly in response to growing needs), how can we improve the operation of hospitals and day care centers, adjust doctors’ fees and drug costs, reform universities and primary schools, and revise pension and unemployment benefits in response to life expectancies and youth unemployment rates? “ Thomas Piketty (2014:483): Capital in the Twenty-First Century

Voor mij is de Franse econoom Piketty een levend bewijs van de grote voordelen voor de maatschappij, die goed onderwijs oplevert. Het laatste nummer van S&D (nr. 3, juni 2014) van het wetenschappelijk bureau van de PvdA, de Wiardi Beckman Stichting, is aan Piketty gewijd en staat voor iedereen toegankelijk op internet. Daarin (p.18-19) onderstreept Piketty nogmaals het belang van gedegen, goed en voor iedereen toegankelijk onderwijs

Het voor mij interessantste artikel in het Nederlands dat ik tot dusverre over Piketty’s boek heb gelezen, staat in het laatste nummer van S&D (pp. 21-32) van de Wiardi Beckman Stichting. Een artikel van Wiemer Salverda, hoogleraar Arbeidsmarkt en Ongelijkheid aan de UvA: Ongelijkheid in Nederland. Salverda onderkent om te beginnen de centrale rol van definities en het belang van nauwkeurige omschrijving van concepten (p. 21, 30): wat versta je onder vermogen en wat onder inkomen, hoe ligt dat per land en waarom. Salverda wijst op de bijzondere positie van pensioenkapitaal als vorm van vermogen (p.25-26) in Nederland en hij signaleert dat “de Nederlandse vermogensverdeling [vermogen gerangschikt naar vermogen] een van de meest ongelijke binnen Europa is. Daaraan koppelt hij onmiddellijk een interessante studie van Van Bavel en Frankema, die suggereert dat deze ongelijke Nederlandse verdeling samen zou kunnen hangen met “de aanwezigheid van sociale zekerheid, die eigen besparingen door een huishouding minder noodzakelijk maakt en daar als gevolg van de premieheffing misschien ook minder ruimte voor laat.” Ik vertaal dit kort door de bocht als: in Nederland kennen we een sterk Rijnlands model waardoor en waarbij ons “collectieve vermogen” relatief omvangrijk is; dat vermogen verschaft ons allen veiligheid en biedt bescherming.

De laatste jaren vindt er onder neoliberaal bewind – nu met sociaaldemocratische collaboratie en daarvoor met medewerking van het CDA – een snelle erosie, een afbraak, van dit Rijnlandse model plaats en verschuift ons collectief vermogen naar individuele rijkdom (zie Salverda: 24-26). Ons sociaal kapitaal, ons gezamenlijke vermogen, erodeert en wordt getransformeerd naar privé, particuliere, rijkdom. Ieder louter en alleen maar voor zich. Per saldo maakt dat ons allemaal armer. Rijkdom en vermogen zijn niet hetzelfde en geen van beide laat zich volkomen in geld uitdrukken; je kunt er geen euro- of dollarprijskaartjes aan hangen. De vraag is, of we als samenleving dit proces in de gaten hebben, doorhebben en of we deze ontwikkeling wenselijk vinden. (Een artikel van Herman van de Werfhorst, dat als hoofdstuk 6 verscheen in een recente WRR-publikatie suggereert dat dit niet het geval is: wij lijken in Nederland geen te grote inkomensongelijkheid te wensen) Kind van de rekening is uiteindelijk “onze” democratie, die steeds minvermogender en almaar armlastiger wordt.

De begrippen en concepten: capital, wealth, property, richness, affluence, well-off, commodity en asset, hebben verschuivende (fiscaal-juridische) “waarden” en vormen evenzovele “performatieve entiteiten”. In het Nederlands onderscheiden we bijvoorbeeld vermogen, kapitaal, fortuin en koopkracht. Het gaat niet om dezelfde zaken. Daarom dat simpele uitruil van politieke overtuigingen, standpunten en programmapunten, niet werkt: er zit veel meer aan vast, dat zich niet onder een monetaire noemer laat subsumeren en “gelijk-maken”, vereffenen.

Last but not least attendeert Salverda (p. 28) ons op de gevolgen van de belastingherziening (2001) die het duo Gerrit Zalm (VVD) en Willem Vermeend (PvdA) bekokstoofd hebben. Vooral het “aanmerkelijk belang” speelt hier een cruciale rol bij. Wat is er (qua beoogde en/of onbedoelde/onvoorziene effecten) neoliberaal en wat sociaaldemocratisch aan deze fiscale stelselwijziging te noemen? Ik kan eenieder aanbevelen Salverda’s artikel te lezen, liefst in combinatie met Piketty’s boek en besluit in dit kader met een toepasselijke waarschuwing van Piketty (553) aan Nederlandse politici en beleidmakers: “[W]hen significant shares of national wealth are shifted about, it is best not to make mistakes.”

* * *

Three Men in a Boat (To Say nothing of the Lady ….) / Drei man in einem Boot http://en.wikipedia.org/wiki/Three_Men_in_a_Boat [grapje van mij; jm]

Thomas Piketty (2014): Capital in the Twenty-First Century / Belknap, Harvard UP / ISBN: 978-0-674-43000-6

Wiemer Salverda (2014): Ongelijkheid in Nederland / web-editie van S&D, jrgng. 71, nr.3 / http://www.wbs.nl/nieuws-agenda/nieuws/sd-webeditie-over-piketty

Zie ook Wiemer Salverda: De tektoniek van de inkomensongelijkheid in Nederland / Hoofdstuk 2 van de WRR-publikatie 04-06-2014 / Hoe ongelijk is Nederland? Een verkenning van de ontwikkeling en gevolgen van economische ongelijkheid – 28 / http://www.wrr.nl/publicaties/publicatie/article/hoe-ongelijk-is-nederland-een-verkenning-van-de-ontwikkeling-en-gevolgen-van-economische-ongelijkhe/

Herman van de Werfhorst: Politieke en sociale gevolgen van inkomensongelijkheid / Hoofdstuk 6 van de WRR-publikatie 04-06-2014 / Hoe ongelijk is Nederland? Een verkenning van de ontwikkeling en gevolgen van economische ongelijkheid – 28 / van de WRR-publikatie 04-06-2014 / http://www.wrr.nl/publicaties/publicatie/article/hoe-ongelijk-is-nederland-een-verkenning-van-de-ontwikkeling-en-gevolgen-van-economische-ongelijkhe/

Bernard Shaw (1965/1928): The Intelligent Woman’s Guide to Socialism, Capitalism, Sovietism and Fascism / Middlesex, GB – Victoria, Australia: Penguin

 nelpuntnl.nl       Studio Projectie

P.S. …… Hodie tibi, cras mihi – heden gij, morgen ik (wij) De Nederlands-Amerikaanse sociologe Saskia Sassen publiceerde onlangs haar boek Expulsions. Daarin laat Sassen – zo lees ik haar boek althans vooral – zien waartoe concentratie van vermogen (zie Thomas Piketty) – met name bij multinationals – wereldwijd leidt, als gevolg van de enorme beschikkingsmacht die deze Giga-gelden met zich brengen. In de Groene Amsterdammer van deze week (18 juni 2014) bespreekt Mars van Grunsven het boek. Een citaat uit die bespreking illustreert dat concepten en definities een centrale rol spelen in onze “gefinancialiseerde” (financialized) geglobaliseerde wereld. Het is geen natuur-fenomeen dat zich los van ons voltrekt en waarop wij geen invloed kunnen uitoefenen, al lijken de meeste politici tegenwoordig ons die overtuiging te willen aansmeren. Saskia Sassen: “Tegenwoordig gebruiken globaliserende bedrijven de rechtsorde als een kritische mogelijkheid om een economische logica te legitimeren die juist haaks staat op de ontstaansgeschiedenis van natiestaten. Een belangrijk onderdeel van die logica is hoe we economische groei meten. Dat doen we dusdanig dat deze probleemloos kan samengaan met grootschalige verdrijvingen. In de VS is het gevangeniswezen een goed voorbeeld daarvan. We sluiten meer mensen op dan ooit, met gigantische kosten voor de belasting­betaler. Maar omdat gevangenissen deels geprivatiseerd zijn, keren die kosten als private winst terug in het bruto nationaal product. Zo leidt het opsluiten van miljoenen mensen tot groei.”

“With all its shortcomings and the unequal structural power of its various branches and agencies, a working liberal state can secure a measure of socioeconomic redistribution. But when the mechanisms for accumulating profit shift from expanded mass manufacturing and public infrastructure development to financial innovations and the post-1980s corporate format, the ground for making claims of justice crumbles and it becomes a systemic edge. That is what is happening today in growing parts of the world. The claimants are at the systemic edge, and they can easily wind up on the other side, expelled.”

Saskia Sassen: (2014:218): Expulsions. Brutality and Complexity in the Global Economy / Cambridge, Mass. – London, England: Belknap, Harvard UP / ISBN: 978-0-674-59922-2 (hardcover)

 

Advertisements
Posted in Europa EU, maatschappij, politico - economisch | Tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

De Nederlandse staat spenen, of aan de bancaire borst laten lebberen?

Door Jerry Mager
gepost op nelpuntnl.nl op 31 augustus 2013

“Toyota’s Financial Rule 1 is: ‘No enemy is more terrible than money, and no friend is more trustworthy. Other people’s money – borrowed money – quickly turns into an enemy. Money is a trustworthy ally only when it is your own; only when you earn it yourself ’.”
Hino S., geciteerd in: Kenneth Hopper & Wiliam Hopper (2009:98): The Puritan Gift

Na lezen van het artikel van econoom Sweder van Wijnbergen (SvW), “Dijsselbloem en de lessen van de kredietcrisis” (ESB 2013 08 13), vroeg ik mij opnieuw af of wijlen Gerrit Komrij het gedicht “Liefdesverklaring” van Jan Greshoff onherstelbaar verbeterd zou hebben in de trant van: Politicus, bankier, business man, falsaris / veelvuldig beeld van ‘tgeen onwijs onwaar is, of: / van ‘tgeen geheel halfgaar is ……? Komrij zou het vast veel vileiner en subtieler doen.
Van Wijnbergen doet op een alleszins overtuigende wijze uit de doeken waarom volgens hem de Nederlandse politiek de destijds genationaliseerde banken of onderdelen ervan zo snel mogelijk moet her-privatiseren. Het idee gaat weliswaar nog steeds tegen mijn gevoel en vooroordelen in, maar mijn gevoel zegt inmiddels dat mijn voordelen hier aan herziening toe zijn. Dat is ook weer niet zo’n heksentoer. Immers, waarom zouden zich als volksvertegenwoordigers afficherende politici die onverholen het credo voorstaan: ieder-voor-zich en the winner takes all, waarom zouden zulke lieden als bestuurder-politius voor het Algemeen Belang gaan?

Dat steeds meer politici in toenemende mate en leep calculerend vooral voor eigenbelang gaan, krijgen we bijna iedere dag aanschouwelijk voorgeleefd en ingewreven. Politici
volgen helaas de bankwereld waar het de mentaliteit van eigen-gewin-en-glorie-eerst betreft. Hopper & Hopper beschrijven hoe bankiers hun dienende maatschappelijke rol en functie allengs verzaakten en verwerden tot die ijdele graaiers van nu, met een verhoogde testosteronscore. Genationaliseerde banken zullen dus niet het Walhalla op aarde verwezenlijken, want over zulke banken zwaaien immers diezelfde politici de scepter. SvW: ‘’Met staatsbanken krijg je niet lange termijn maatschappelijk verantwoord gedrag maar korte termijn politiek opportunisme.’’ Volgens SvW zou PvdA-minister Dijsselbloem 1 tot 2 miljard contante winst versmaden, aan ‘onze’ neus voorbij laten gaan, in ruil voor 300 miljoen inkomsten per jaar vanuit de bancaire biotoop – de staat aan de tiet van de bank – en daarmee fnuikt hij volgens SvW tegelijkertijd concurrentie op de hypotheekmarkt.
Bij mij doet dit onmiddellijk de vraag rijzen of de PvdA-als-bedrijf wellicht substantiële belangen in die hypotheekmarkt heeft, of dat ze zich misschien ook hier opnieuw voor het karretje van coalitiepartner VVD laat spannen, of zou Dijsselbloem gewoon de simpleton van de Josti-club zijn? Misschien is de man wel onnoemelijk veel slimmer, sluwer en geschoolder dan SvW. Hoewel mij dat laatste onwaarschijnlijk voorkomt, betrek ik die mogelijkheid toch maar in mijn beschouwingen. Je wordt tenslotte niet voor niets, zo maar minister.

“Businessmen – who provide us with the means of livelihood, with jobs, with labor-saving devices, with modern comforts, with an ever rising standard of living – are the men immediately and urgently needed by society. They have been the first victims, the hated, smeared, denounced, exploited scapegoats of the mystic-altruist-collectivist axis.”
Ayn Rand (1967:158): Capitalism: The Unknown Ideal

We kunnen echter bankiers, toezichthouders, kredietbeoordelaars en wat er verder zoal in die geldbiotoop scharrelt, sopt, wriemelt, wemelt en tiert, niet zondermeer teugelloos hun goddeloze gang laten gaan. Zelfregulerende (financiële) markten is een oxymoron gebleken, een flagrantere contradictio in terminis is nauwelijks denkbaar. Dus zullen we met de minst kwade elementen en de minst zieke delen van de twee kwaden (volledig vrij versus strak staatstoezicht) tot een dragelijk, desnoods misschien mild-kwaadaardig, compromis moeten zien te geraken en vervolgens daarmee leren leven, zo goed en zo kwaad als dat gaat.

SvW: “Het nieuwe raamwerk voor mondiale toezichtstructuren (‘Basel-III’) gaat in de goede richting, terwijl ook de commissie-Wijffels strakkere regelgeving, hogere kapitaaleisen, en meer afstand tot de belastingbetaler aanbeveelt. Het kabinet heeft zich terecht hierbij aangesloten. ” Toch gedraagt deze PvdA-minister zich volgens de econoom als een riskant speculerende bankier. “Dijsselbloem kondigde eerder aan dat hij ABN Amro nog in staatshanden houdt „omdat de markt nu nog niet goed is”. Maar als het zo zeker was dat de prijzen volgend jaar gaan stijgen, zou ABN Amro daar vandaag ook al meer mee waard worden.”
Daar is geen speld tussen te krijgen. In plaats van ‘worden’ zou ik zelfs aan ‘zijn’ de voorkeur geven. Om iemand als meneer Dijsselbloem te paaien bijvoorbeeld? Dijsselbloem zou dus eigenlijk officieel tot opvolgers (sic) van Warren Buffet en George Soros geïnstalleerd moeten worden en de per direct in te stellen Nobelprijs voor onfeilbaar fortuinlijk financieel-economisch koffiedik koekeloeren dienen te krijgen opgespeld.

financiële fallout
SvB: “De giftigste producten, Asset Backed Commercial Paper waarmee langlopende activa uiteindelijk zeer kortlopend gefinancierd werden, zijn voor ongeveer twee derde in Europa aangemaakt.” Het in elkaar steken van giftige financiële producten is bijna net zo misdadig als het bekokstoven van gifgas en biologische bommen. Dat deze producten in Europa werden aangemaakt, is weliswaar alarmerend maar zegt mijns inziens mogelijk vooral iets over de huidige deterritorialisering van “het financiële” – vergelijkbaar met giftig zwerfvuil, zoals van Tschernobyl – want wie precies die dingen in elkaar heeft geknutseld is onduidelijk. Zijn het tovenaarsleerlingen of hebben we van doen met financieel terroristen, die moedwillig uit zijn op destabilisatie voor eigen gewin? Gisteren werkten ze voor een Europese bank die feitelijk in Amerikaanse handen is, vandaag zijn ze druk voor een Londense firma met meerderheidsaandelen in Japans eigendom en wie weet onder welke vlag ze morgen en overmorgen varen.
Ik denk in dit verband bijvoorbeeld aan de Mario’s Draghi en Monti, die volgens mij ook voor Goldman Sachs werken, al weten ze dat zelf vermoedelijk niet. Evenals Lucas Papdemos. Ik heb het sterke vermoeden dat we de facto al door de grote multinationale financiële spelers bestuurd worden en dat onze democratisch gekozen politici voornamelijk als zetbazen figureren, hoofdzakelijk om de boel te legitimeren. Het was niet voor niets Draghi die in juli 2012 de enige betekenisvolle daad in het eurodrama stelde door te verklaren dat zijn Bank alles zou doen (“whatever it takes”) om de euro erdoorheen te slepen en overeind te houden. Geen euro-regeringsleider die hem dat nadoet.
Waarom zou Goldman Sachs er zoveel aan zijn gelegen om de euro en de onzalige eurozone koste wat kost (kost aan ons, de euroburgers, welteverstaaan) overeind te houden en te vergroten? Denk aan Goldman Sachs’ facilitatie bij het frauderen door Griekenland, om tot de euro te worden toegelaten.

Een vertrouwde, typerende en verontrustende observatie van SvB vind ik: ‘’ … anonieme ABN Amro-bankiers in datzelfde achtergrondverhaal in deze krant. Die zijn teleurgesteld omdat ze onder Zalm niet meer bij Goldman Sachs aan tafel mogen bij de echt grote deals. Dat het oude ABN Amro structureel verlies leed op dit soort activiteiten vinden ze minder belangrijk dan het prestige van mee mogen spelen met de grote jongens.’’ Zulke infantiele ijdeltuiterij – volledig voor rekening van de klant – zal niet voor iedere bankier even hard gelden, maar ik denk dat de meeste bankiers hard hun best hebben gedaan en nog doen om dit beeld grosso modo en voor een ruime meerderheid soortgenoten geldend te verklaren.

“What weight is given to different interests varies with the political and economic bargaining power of each and with its ability to ensure that the voices of its protagonists are heard at the relevant bagaining tables. What determines both bargaining power and such ability is in key part money, money used to provide the resources to sustain political power: electoral resources, media resources, relationships to corporations. This use of money procures very different degrees and kinds of political influence for different interests.”
Alasdair Macintyre (199:131): Dependendent Rational Animals. Why Human Beings Need the Virtues

The Corrosion of Character
Voorstellen, constructies en wettelijke kaders zullen nooit afdoende blijken tegen moedwillig en onverantwoordelijk wangedrag van de personen die in de politiek-financiële biotoop aan de touwtjes trekken. Het draait van begin tot eind om de mores, het waarden- en normensysteem, de ethische uitgangspunten, van de betreffende luitjes.
De vis rot aan de kop. De verwording, ontaarding, de corrosie van ons karakter door het systeem waaraan we onderworpen worden en waaronder we leven, is recent door Richard Sennett heel duidelijk beschreven. Die karakterverloedering begon en begint bij de voorlui in de top van de piramide, bovenaan de apenrots, bij degenen die aan het eind van menselijke voedselketen staan, dat wil zeggen: zij die uiteindelijk eten. Het voetvolk, de massa – degenen die gegeten worden – waarover Sennetts boek vooral gaat, heeft weinig keus anders dan wanhopig proberen te overleven binnen de kaders die ze worden opgelegd. Onbegrijpelijker wijze kiezen we keer op keer op ‘democratische’ manier degenen die dit onheil over ons afroepen – kijk naar het Project Europa om dit principe in een bijna-laboratoriumopstelling in volle glorie in actie te zien.

Vreemd genoeg schijnen deze onverbeterlijke booswichten niet middels Nacht und Nebel ontvoeringen te kunnen worden opgepakt en getransporteerd naar geheime locaties om daar met derdegraads-behandeling en waterboarding te worden overgehaald de gestolen (vooral via ‘verdamping’) miljarden terug te geven aan de slachtoffers, aan ons dus. Daarna zouden ze naar heropvoedingsinstellingen dienen te worden afgevoerd om tot enigszins normale medeburgers te resocialiseren. De tot nu toe gehanteerde methode van flooding, door ze steeds hogere ‘salarissen’ toe te staan en almaar grotere bonussen te laten grissen, blijkt immers niet te werken. Het zijn monsterlijke rupsen-nooit-genoeg. In A Clockwork Orange doet Kubrick een effectieve heropvoedingsmethode voor hardleerse stoute jongens aan de hand. Gelukkig gaat het maar om een film.

“[T]he very dynamic of capitalism blurs the frontier between ‘legitimate’ investment and ‘wild’ speculation, because capitalist investment is, at its very core, a risky wager that a scheme will turn out to be profitable, an act of borrowing from the future. And, in ‘postmodern’ capitalism, potentially ruinous speculation is raised to a much higher level than was even imaginable in earlier periods.”
Slavoj Žižek (2009:36-37): First As Tragedy, Then As Farce

Literatuur:

Timotej Homar, Christiaan van der Kwaak en Sweder van Wijnbergen: Herkapitalisatie banken schept ruimte voor stimulering in ESB Jaargang 98 (4664 & 4665) 12 juli 2013

Kenneth Hopper & William Hopper (2009/2007): The Puritan Gift. Reclaiming the American Dream Amidst Global Financial Chaos / London – New York: I.B. Tauris / ISBN 978 1 84511 986 7 (pbk) Het citaat van Hino S. (2006) komt uit: Inside the Mind of Toyota: Management Principles for Enduring Growth / New York: Productivity Press; gegevens uit The Puritan Gift

Alasdair Macintyre (1999): Dependendent Rational Animals. Why Human Beings Need the Virtues. / London: Duckworth / ISBN 0 7156 2902 6 (hbk)

Ayn Rand (1967): Capitalism: The Unknown Ideal / New York: Signet Books / LCCCN 66-26772 (pbk)

Richard Sennett (1998): The Corrosion of Character. The Personal Consequences of Work in the New Capitalism / New York – London: Norton & Company / ISBN 0-393-31987-3 (pbk)

Slavoj Žižek (2009:37,39): First As Tragedy, Then As Farce / London – New York: Verso / ISBN -13: 978-1-84467-428-2 (pbk)

Posted in financieel, politico - economisch | Tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Franz Kafka’s ‘De gedaanteverwisseling’

Door Abdelkader Benali (NRC 27 april 2012)

” Als kind las ik te hooi en te gras. Alsof ik nog maar één dag te leven had. Met verbazing kijk ik soms op die tijd terug. Alle edities van Suske & Wiske? Ik kende ze van voor naar achter. Nu denk ik: waarom vond ik dat toen mooi? Waar was ik mee bezig?
Dat vraag ik me ook nog geregeld af bij de Thule-trilogie van Thea Beckman. In die utopische romans beschrijft Beckman een maatschappij gedomineerd door vrouwen. Maar waarom zou je dat als schrijver doen, een utopie creëren? Daarin moet alles perfect zijn. Uit die behoefte zijn in de twintigste eeuw verschrikkelijke gebeurtenissen voortgekomen. Richt je op misstanden, denk ik nu. Dat is de voornaamste taak van een schrijver.
Naarmate ik ouder word, wordt het steeds moeilijker een favoriet boek te kiezen. Er komen er jaarlijks zoveel mooie bij. Auteurs uit mijn jeugd krijgen wel meer betekenis. Zoals Franz Kafka. Ik ontdekte hem bij toeval, in het gangpad van de plaatselijke bibliotheek. Op de grond lag een prachtig geïllustreerd boekje, letters gedrukt op glanspapier, over een ten onrechte veroordeelde man. Het bleek Kafka’s Het proces te zijn.

Aansluitend las ik De gedaanteverwisseling. Dat boek maakte een enorme indruk op me. Alleen al de eerste zin van dat boek ontroerde me: ‘Toen Gregor Samsa op een morgen uit onrustige dromen ontwaakte, ontdekte hij dat hij in zijn bed in een monsterachtig ongedierte was veranderd.’ Deze zin hakte er in. Het was een bijl tussen de wenkbrauwen. Het opende mijn verbeelding. Voor het eerst zag ik de kracht van de eerste zin. Ik voelde direct dat ik iets bijzonders in handen had.
Ik las De gedaanteverwisseling in een onzekere fase. Ik was jong volwassen en op zoek naar bevestiging, naar een baan, naar een droom, aandacht. Ik kon lachen om het gestuntel van Gregor die zijn staat-van-zijn angstvallig probeert te rationaliseren. Hij moet vooral nog op tijd komen voor werk. Dat is lastig, als levensgrote mestkever. Gaandeweg raakte Gregors ontreddering en wanhoop verknoopt met mijn eigen gevoel. Ik werd Gregor. Ik herkende mijn eigen vertwijfeling. Die kinderen die altijd zo onaardig tegen me doen, vinden me eigenlijk wel aardig, toch?

Na de vertwijfeling kwam de bevrijding. Want dat deed dit boek voor me: het bevrijdde me. In zijn monologue intérieur rationaliseert Gregor een absurde werkelijkheid. Kafka liet daarmee zien dat dehumanisatie bij jezelf begint. Wij zijn insecten in onze eigen ogen en daar beginnen de maatschappelijke problemen. Alleen de rede kan ons van dat negatieve zelfbeeld verlossen. Kafka zet de taal in als reddingsboei, als onze laatste strohalm. Een manier van overleven. Kafka leerde mij een belangrijke les: om iets te maken van het leven moet je uit bed durven te komen.
Kafka wordt altijd misantropisch gelezen. Zijn verhaal moet ons droevig stemmen. Dat is het Leitmotif: Kafka de martelaar. Max Bröd, Kafka’s vriend die de werken na zijn dood uitgaf, is voor dat beeld verantwoordelijk. Ik las Kafka meer als kinderboekenschrijver, De gedaanteverwisseling als een bizar sprookje. Ik las Kafka voordat ik Kafka las.
Bij Kafka gaat het om Gregor, om de ‘ik’. Net als in de wereld van de jongvolwassenen. Kafka schreef De Gedaanteverwisseling om de kloof tussen de ‘ik’ en de ander te dichten. Het dichten van die kloof: uiteindelijk staat dat in alle grote literatuur centraal.”

commentaar door Jerry Mager, 01 mei 2012

Meneer Benali ik vind dit: een sympathiek geschreven interpretatie en een optimistische impressie van Kafka’s verhalen.
In deze periode, met zijn herdenkingen van absurditeiten op grote schaal, is het lezen van Kafka nog niet zo’n gek idee.
Tja, maar dan schrijft u: “Wij zijn insecten in onze eigen ogen en daar beginnen de maatschappelijke problemen.” Ik kan het niet helpen, maar dat zult u – zeker in dit kader – toch vast niet bedoelen als: allemaal eigen schuld dikke bult? Alles Ungeziefer!

Bij uw filosofie van uit bed komen om iets van je leven te maken, plaats ik kanttekeningen. Ik vind hem veel te zwaar en te nadrukkelijk VNO-NCW angehaucht naar mijn smaak.
Het komt me voor dat ook Kafka uit bed komen niet dadelijk aanbeveelt voor een gelukkig leven.
Immers: zowel voor Gregor Samsa als voor Josef K. begint de narigheid in de vroege morgen, met het ontwaken en bij het uit bed komen: “Als Gregor Samsa eines Morgens aus unruhigen Träumen erwachte, fand er sich in seinem Bett zu einem ungeheueren Ungeziefer verwandelt.” & “Jemand muszte Josef K. verleumdet haben, denn ohne dasz er etwas Böses getan hätte, wurde er eines Morgens verhaftet.”
De ongelukkigen, hadden ze maar onder de dekens kunnen blijven!
Frappant dat K. – of de verteller – direct aan het begin van dit verhaal een mogelijke reden oppert voor de arrestatie van K.. Waarom zou iemand je moeten hebben belasterd om opgepakt te worden? Waarom zou je überhaupt iets verkeerds moeten hebben gedaan om voor het gerecht gesleept te worden? Dat is een absurd idee, zoals uit de rest van het verhaal duidelijk wordt.

Over Samsa schrijft u treffend: “Hij moet vooral nog op tijd komen voor werk. Dat is lastig, als levensgrote mestkever.” Inderdaad, ik zie ze ’s morgens haastig scharrelen om op tijd op hun werk te komen, die krioelende drommen mestkevers. De OV-poortjes maken het nog moeilijker, maar ook dat hoort bij de absurditeit van het leven
Vladimir Nabokov merkt ergens op dat Gregor niet beseft dat hij onder zijn schild vleugels heeft waarmee hij weg kan vliegen, uit het raam van zijn kamer. Ook mestkevers kunnen vliegen, als ze zich tenminste niet blijven inbeelden mensen te zijn.
Volgens Max Brod zou K. met zijn innerlijke rechter in de clinch liggen. U hint daar ook op: “ Bij Kafka gaat het om Gregor, om de ‘ik’.” Nou, dat geef ik je te doen. In dat geval zal menigeen zelfs aan een jaar in bed vast niet genoeg hebben.
Wat de absurditeit van ‘ Het proces’ voor mij echter helemaal opheft, is het gegeven dat K. voorwaardelijk wordt vrijgesproken – in plaats van voorwaardelijk veroordeeld. Kafka plaatst met de voorwaardelijke vrijspraak de dingen in het juiste perspectief. Niet dat de wereld daar een grein minder absurd door wordt. Gelukkig maar. Anders zouden er geen mooie verhalen meer verteld worden.

Posted in literatuur | Tagged , , , , , , ,

A bitter row about executive pay is about something bigger
The Economist  –  Feb 11th 2012 | from the print edition

see the Economist website for the whole text

TWICE during the 1970s, a stroppy decade, leftish British politicians tried to turn the monarchy into a nationalised industry. There were plans to place Queen Elizabeth II and a few close relatives on state salaries and sack the rest of her family, and—a few years later—for a Department for Royal Affairs, bringing the crown under Whitehall’s management. Both attempts were resisted. Since then, royal aides have cannily worked to secure autonomy and arms-length financing from government. Just now, the mood behind palace walls must be giddy relief.
The queen has rarely been as popular as she is now, in her Diamond Jubilee year. The contrast with other arms of the establishment is striking, and revealing. For most people at the top of the public sector, this is a perilous time.
( ……………….. )  (  …………………  )

Other explanations are needed for the public mood. Perhaps surprisingly, one clue may lie in the popularity gap between the queen and bankers such as Mr Hester. The Diamond Jubilee has prompted a slew of new royal biographies, making familiar points about how the monarchy has shrewdly adapted to modern mores. A new biography by Andrew Marr, a writer and broadcaster (and former Bagehot) makes a less familiar point. It quotes palace advisers who believe the queen has the “humility of the hereditary principle”, meaning a sense of duty rooted in knowing she did nothing to earn her extraordinary position.
Listen carefully to Mr Hester, and he stands for an opposing principle: the idea that the unusually talented may deserve extraordinary rewards. Yes, people are paid unequal amounts, but don’t forget how wealth is created and the successful motivated, he says. In essence, he is making the case for meritocracy.
Merit is a fine principle. But the most painful revelation of the debate on high pay may be this: many Britons are not convinced that they live in a functioning meritocracy.

Are the bosses bluffing?
Assuming that voters are not suicidally casual about who holds Britain’s biggest jobs, their desire to slash bosses’ pay leads to one conclusion: the public does not believe that executives are as exceptional as today’s pay levels would suggest. Some voters may be ready for a gamble, believing that bosses are not as globally mobile as they claim to be and would stick around if their pay was cut. Others may be more cynical, suspecting that bosses are not as unusually talented as they claim, so that others could do as good (or as mediocre) a job for less.
This is a dangerous mood, transcending labels of left and right. Indeed, it sometimes feels as if all political parties are following, not leading, public opinion. Even the queen’s popularity, though mostly rooted in 60 years’ service, is a warning sign: she is also admired because she does not claim to deserve her status.
Britain, an unusually free-market minded place, likes to think it is organised around such principles as open competition and rewards for merit. Cut through the noise about bankers and their bonuses, and it turns out that many voters think the fix is in.
COMMENTS

comment by Jerry Mager  /  February 12th  2012
Be not afraid of riches, because: some people are born rich, some achieve riches, and some have riches thrust upon them, write the Merrymakers in Twelfth Night. So one might wonder with Malvolio what seems to be the problem.  A hereditary monarch, being born into a high status, has to live up to expectations while doing the job and maybe even try to surpass them. Her or his status is an ascribed one and she has to achieve, to merit, that status which was thrust upon her. A monarchy that “shrewdly adapted to modern modes” may be considered as having more common sense than corporate fat cats who flaunt their money.  The rewards which quite a few of these money-men think as being theirs by natural right are increasingly considered obscene because we lesser mortals are growing more and more reluctant to believe that these people merit the preposterous payments they lavish on themselves. Nowadays the emperor’s new non-clothes are there to be seen by anyone. We may not begrudge the cats their fatness, but when obesitas obviously becomes an extra heavy hindrance for executing the job in the proper way, then we have a quite different matter at hand.
A cat may be repulsively fat, as long as she keeps away the rats most of us will be willing to make allowances for it’s grossness. However, nowadays things are turned topsy-turvy : because fat cats are shamelessly  getting away with increasingly obscene amounts of money, we are to believe that they are exceptionally talented. Their ultimate goal seems to be known for their talent for legally looting and being ranked in magazines with names as: Fortune, Forbes, Frantic Finance, Fat Cat’s Fantasia, and what have you.  Indeed, what we are now witnessing is not meritocracy but a travesty of it. The ultimate proof that the corporate classes have alltogether lost touch with reality is precisely that fantastic assumption that they in fact merit such grotesque sums of money. It would be impossible to prove any amount of real added value generated that could justify the huge sums they grab. Most of these people are giants with feet of clay and their actions tend, I believe, to make bad circumstances even worse.  Precisely this peculiar mindset of theirs, their bizarre and alien manner of self appreciation, lies at the root of their flippant behaviour which causes the financial crises we now suffer on a worldwide scale.

In his “Intelligent Woman’s Guide to Socialism, Capitalism, Sovietism and Fascism”  George B. Shaw  in 1928 observed about bankers and financiers that they “continue to assure us that their business is such a mysteriously difficult one that no Government or municipal department could deal with it successfully. They are right about the mystery, which is due to the fact that they only half understand their own business, and their customers do not understand it al all.” Not much has changed for the better since. On the contrary. Things tend to get even more and more out of hand because of the larger scale on which it all happens today, and the safe anonymity which globalization provides.  The principle remains the same though.
Slavoj Zizek offers some interesting insights that relate to this very phenomenon in the London Review of Books of January 26th of this year: “The evaluative procedure  used to decide which workers receive a surplus wage is an arbitrary mechanism of power and ideology, with no serious link to actual competence; the surplus wage exists not for economic but for political reasons: to maintain a ‘middle class’ for the purpose of social stability. The arbitrariness of social hierarchy is not a mistake, but the whole point, with the arbitrariness of evaluation playing an analogous role to the arbitrariness of market success.”
In cauda venenum please, but alas  I think the tail end of this Bagehot argument a rather limp one. Because, it is of course neither dangerous nor cynical at all to come to one’s senses at last and to admit that one is being duped all the time, that one has been taken for a ride by con men and imposters many of whom persist in their cynical ways of going about their business. Other than the queen who wisely seems not to take her position – and remunerations – for granted, the arrogant class of corporate fat  cats do, and what is worse: they want us to partake in their make-believe fuss.  They seem to have no qualms, feel no embarrasment whatsoever. Bad habits tend to have a long life indeed and for addictions the prospects are even worse. Having to admit that we the public apparently cannot do very much to put an end to this festering condition only adds insult to injury. I estimate though that the glaring contrast only works in favour of the monarchy when it comes to a successful  business model these days. That might also account for “the popularity gap between the queen and bankers” Bagehot refers to.

[jerrymag.wordpress.com – mainly in Dutch, providing as many links as possible to references used]

* * * * *

G.B. Shaw (1928, § 56) in: The Intelligent Woman’s Guide to Socialism, Capitalism, Sovietism and Fascism.    1937, 1965, Penguin Books

Posted in maatschappij, politico - economisch

Eurobonds? Dat is als een alcoholvergiftiging bestrijden met een fles wodka

De Eurocrisis toont dat de Europese integratie op haar grenzen stuit, zegt Derk Jan Eppink (LDD). ‘We hebben geen visioenen nodig, maar realisme.’

De oproep van Jean-Luc Dehaene, Guy Verhofstadt en Frank Vandenbroucke (DS 21 juni) lijkt op een noodkreet vlak voordat het dak van de hemel op hun hoofden valt. Wat instort is hun Europabeeld. Ze zijn hun hele politieke carrière ervan uitgegaan dat de Europese integratie een organisch proces was, zonder beperkingen. De EU moest altijd groter worden; meer bevoegdheden en grotere budgetten. Nu stuit de Europese integratie op haar grenzen, zoals de Eurocrisis toont. Wat roepen zij: geef ons meer van hetzelfde. Ze eisen ‘meer visie’, een term die dient als dooddoener om bestaande structuurfouten in het Europese bouwwerk te negeren.

Een jaar geleden lanceerde ik mijn boek De Toren van Babel staat in Brussel. Dat was aan het begin van de Eurocrisis. Ik heb toen niet bevroed hoe snel beeldspraak de werkelijkheid bereikt. Er zitten in het Europese bouwwerk architectonische fouten die de constructie scheeftrekken en die haar, als we niet oppassen, doen instorten.
We hebben in de Europese integratie bijna alles beproefd. Sommige dingen zijn gelukt, andere niet. Laten we ons nu concentreren op het werkbare, het haalbare. Dat laatste is voor de drie musketiers niet genoeg. Zij willen visies en visioenen met Europese commissarissen die als hagenpredikers door Europa trekken om de zogenoemde populisten achter het behang te plakken.
Ik ben Eurorealist en bijgevolg concentreer ik me op reparatie van die structuurfouten.
1. De EU kan niet altijd groter en machtiger worden onder de leuze ‘meer Europa’. De realiteit dringt beperkingen op. Wie ze uit het oog verliest, wordt vroeg of laat gestraft. Tien jaar geleden was Griekenland niet klaar om toe te treden tot de Eurozone. De EU deed het toch, om politieke redenen. Europa werd een steeds ‘hechtere politieke eenheid’. Daarna werden de regels van het Stabiliteitspact geschonden, eerst door Portugal en Ierland en vervolgens door Frankrijk en Duitsland, waarna de Grieken hun feestje begonnen. Nu betalen we de rekening. In Europa is gebrek aan regels niet het probleem. Het probleem is de naleving en afdwinging van regels. We moeten focussen op ‘beter Europa’.
2. Er zijn fysieke grenzen, ook die wil het drietal niet zien. Het Schengensysteem verkeert in moeilijkheden. Hoe slechter de buitengrenzen van de EU worden bewaakt, hoe eerder de binnengrenzen beginnen dicht te slibben. In Griekenland, alweer, wordt de buitengrens niet bewaakt. Griekenland is een gat in het Schengensysteem. Wat willen Verhofstadt en Dehaene? Zij willen dat Bulgarije en Roemenië ook tot de Schengenlanden gaan behoren.
Deze maand stemde het Europees Parlement met 487 voor en 77 stemmen tegen. Dehaene en Verhofstadt waren voor; ik tegen. We kunnen met het ‘Griekse gat’ er niet nog twee bij maken. In 2007 traden Bulgarije en Roemenië toe tot de EU, om ‘politieke redenen’. Dat bleek achteraf te vroeg. Dehaene, Verhofstadt en Vandenbroucke zijn ook voor de toetreding van Turkije tot de EU. Wat kan de EU absorberen? Hoe nemen we de restanten van voormalig Joegoslavië op in de EU? Geen probleem, de Euro-musketiers zitten al in Turkije.
Nu het wereldbeeld van het drietal instort, krijgen zogenoemde populisten en nationalisten de schuld. Wie kritiek heeft op de huidige koers van Europese integratie of op het multiculturalisme wordt daartoe gerekend. De Franse president Sarkozy en de Duitse bondskanselier Merkel noemden het multiculturalisme ‘een mislukking’. Zijn zij populisten?

Het drietal is ook voorstanders van de invoering van Eurobonds. Ik ben daar tegen omdat, zoals Gideon Rachman schrijft in de Financial Times van 21 juni, het erop neerkomt een ‘alcoholvergiftiging te bestrijden met een fles wodka’. Men kan een schuldencrisis niet oplossen door meer schulden te maken. Daarom is ook de president van Europese Centrale Bank, Jean-Claude Trichet, tegen. Is Trichet een anti-Europeaan of een nationalist?
Als Europa op de huidige weg doorgaat, wordt de Eurozone een transfereconomie en de Europese Unie een schuldenunie. In Knack (1 juni) zegt Vandenbroucke ‘dat er een gelijkenis is tussen het Europese en Belgische dilemma, alleen heeft niet iedereen dat door’. Ik wel. Het enige dat Vandenbroucke nog niet doorheeft, is de consequentie. België laat zien dat een transfereconomie op grote schaal verzandt in politieke stagnatie. Europa dreigt hetzelfde lot te ondergaan als België en wie dat wil voorkomen moet zeker Dehaene, Verhofstadt of Vandenbroucke niet volgen.

De Standaard   © 2011 Corelio
Reacties op “Eurobonds? Dat is als een alcoholvergiftiging bestrijden met een fles wodka (De Standaard, 23/06/2011, pagina 25)”

Jerry Mager   –  06/07/2011 11:12

De heer Eppink weet toch dat homeopathie (in casu: schulden met schulden genezen willen) en pharmakon Grieks zijn? En pharmakon kan zowel geneesmiddel als vergif, venijn, betekenen.
De drie musketiers van Dumas waren met z’n vieren. Waar blijft de Belgische d’Artagnan? Misschien zou Jerommeke in Griekenland meer goed doen? Als Belgische versie van Hercules die de Griekse Augiasstallen uitmest? Momenteel lijken er drie smurfen in de weer te zijn, die door de waterkraan in het putje willen.
Zie voor een parallel tussen de situatie Griekenland – eurozone / destijds de VS – enkele Zuidamerikaanse landen, de review van Paul Krugman en Robin Wells in the New York Review of Books http://www.nybooks.com/articles/archives/2011/jul/14/busts-keep-getting-bigger-why/.

Jerry Mager  –  04/07/2011 17:44

Ik hoorde de heer Verhofstadt vanmorgen op de radio over Eurobonds praten en hem vergelijkingen trekken met Amerika – alweer Amerika potdorie!
Europa is geen federale staat! Dat maakt al dat gepraat over europbonds en een New Deal zo onwerkelijk en eigenlijk ronduit volksverlakkerij. Me dunkt dat we intussen doordrongen dienen te zijn van dat gegeven. Europa is een muntunie en geen politieke eenheid

 

Posted in Uncategorized